3.1 Ambitie en strategie
3.1.1 Ambitie
Onze gemeente kent een goed sociaal beleid. Daarbij stellen we de volwaardige deelname van inwoners aan de samenleving centraal. De gemeente ondersteunt op momenten in het leven dat die deelname moeilijk wordt of niet op eigen kracht mogelijk is. De toenemende problematiek in de samenleving en de oplopende kosten in het sociaal domein zijn een grote zorg. De schaarste op de arbeidsmarkt maakt meer professionele inzet ook steeds lastiger. Het spanningsveld tussen het niveau van voorzieningen en de beschikbare budgetten maakt het noodzakelijk dat we duidelijke keuzes maken. In die keuzes laten we ons leiden door de maatschappelijke vraagstukken die we in onze gemeente zien, de rol(len) die we daarin als gemeente hebben of beogen, en de financiële en organisatorische kaders die ons daarin begrenzen. Verschillende bronnen geven ons zicht op de maatschappelijke vraagstukken die extra aandacht vragen. De ontwikkelingen die al genoemd zijn in het beleidskader sociaal domein zetten door en worden steeds meer voelbaar in de lokale samenleving, de gemeentelijke organisatie en de financiële huishouding.
De demografische veranderingen zoals toename van het aantal ouderen en ouderen met dementie, het aantal eenpersoonshuishoudens en het aantal inwoners met een migratie-achtergrond zorgen voor een snelle toename van de diversiteit in de samenleving. Een diversiteit die meer flexibiliteit en inzet vraagt van inwoners, organisaties en de gemeente. Dit geeft extra druk op een samenleving die toch al onder hoogspanning staat. We zien dit bijvoorbeeld terug in de toenemende inzet van jeugdhulp en de aanspraak op WMO-voorzieningen, maar ook in reacties op onze berichtgeving op social media. De afgelopen jaren is de financiële druk bij inwoners meer voelbaar en zichtbaar geworden. Financiële zelfredzaamheid en bestaanszekerheid vraagt nadrukkelijk aandacht in het sociaal beleid.
De rol en mogelijkheden van de gemeente bij het oplossen van al deze vraagstukken zijn beperkt. In de kern voert de gemeente een wettelijke taak uit die vooral een garantie biedt op de basisvoorwaarden om mee te kunnen doen in de samenleving. Daarnaast heeft ze vooral een faciliterende en verbindende functie richting de samenleving. Problemen voorkomen, er mee omgaan, ze klein houden of snel oplossen moet gebeuren in en door de samenleving zelf, in een effectief samenspel tussen de inwoner en zijn of haar informele en formele netwerk. Een groot deel van de opdracht ligt dan ook bij de samenleving als geheel. Een opdracht om de weerbaarheid te vergroten, oog te hebben voor elkaar en het initiatief dat in de samenleving aanwezig is te waarderen, te stimuleren en te faciliteren.
Deze samenleving is onze gemeente als geheel, maar wordt ervaren in het eigen dorp, buurt, of vereniging.. Vandaar dat deze opdracht samengaat met extra aandacht voor sociale cohesie en wijkgericht werken. Ook voor de gemeente loopt de financiële druk op. Met name de toenemende, hoge, kosten voor jeugdhulp en WMO-voorzieningen baart ons steeds meer zorgen. De gemeente scoort daarmee té hoog op de landelijke lijsten. Dat is slecht nieuws voor de betreffende inwoners en hun omgeving, maar ook voor alle andere inwoners, omdat er steeds minder middelen overblijven voor andere onderwerpen die ook aandacht nodig hebben en verdienen. De toenemende inflatie en de herziening van het gemeentefonds maken dat we niet anders kunnen dan ook in het grote budget van dit programma gericht te sturen op een effectievere inzet van minder middelen. Dit betekent dat we de beweging naar voren moeten versterken, en terughoudender moeten zijn in het vertrekken van individuele voorzieningen. Vroeger signaleren, breder kijken, vraagstukken eerder oppakken en oplossen, met minder dwang en escalatie. Met meer aandacht voor preventie, maatwerk en integraliteit en een weloverwogen keuze voor, en balans tussen, collectieve, voorliggende, voorzieningen en geïndiceerde zorg en ondersteuning. In het vertrouwen dat het dan ook minder kost.
We zetten in op effectieve en preventieve maatregelen. We stimuleren de vitaliteit onder inwoners. Zowel fysiek, mentaal als sociaal. We proberen met partners schulden te voorkomen en we investeren extra in het perspectief voor jongeren en hun stap naar volwaardige deelname én bijdrage aan de samenleving. Er ligt dus een flinke opgave die we alleen samen, mét inwoners en partners, op kunnen pakken.
Het algemene uitgangspunt van de opgave Mens en Zorg is daarom:
Iedereen in de gemeente Geertruidenberg doet naar vermogen mee, en draagt naar vermogen bij. We kijken naar elkaar om en voelen ons verbonden.
3.1.2 Strategische doelstellingen
Binnen de opgave Mens & Zorg zijn strategische doelstellingen geformuleerd waarlangs we de opgave gaan realiseren. Deze doelstellingen zijn gericht op inwoners, de gemeenschap (buurten, verenigingen), professionele organisaties en de gemeente zelf.
1. Inwoners zijn en blijven vitaal
Alle inwoners nemen verantwoordelijkheid én initiatief om fysiek, mentaal en sociaal, gezond en fit te blijven, zich te blijven ontwikkelen, weerbaar te zijn en er te zijn voor een ander.
2. Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer
Inwoners zijn weerbaarder tegen (financiële) risico’s en veranderingen. Zij worden hierin beter ondersteund met signalering, informatie en begeleiding door betrokken organisaties
3. Meer sociale cohesie in de lokale samenleving
De kernen van de gemeente Geertruidenberg zijn sociale, toegankelijke, veilige en initiatiefrijke gemeenschappen van inwoners en informele en formele organisaties waar iedereen bij hoort en gezien wordt.
4. Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak
Professionele expertise wordt effectief en doelmatig ingezet ín én met de leefwereld van inwoners: vroegtijdig, zo kort als nodig, gericht op (eigen) regie, netwerkversterking en integrale ondersteuning.
5. Houdbare basisondersteuning
In dialoog met de samenleving worden beschikbare middelen ingezet, passend bij de ambitie, visie, positie en verantwoordelijkheid van de gemeente, aansluitend op de haalbaarheid bij aanbieders.
Kortom: meer WIJ-k, meer weten, minder zorgen
3.1.3 Maatschappelijke effecten
Dat we deze doelstellingen behalen gaat blijken uit maatschappelijke effecten die op moeten treden in de samenleving. Daarop richten zich dan ook de (extra) inspanningen die we de komende jaren gaan doen.
Aan de maatschappelijke effecten worden bij de verdere uitwerking passende beleidsindicatoren gekoppeld.
Inwoners zijn en blijven vitaal
Alle inwoners nemen verantwoordelijkheid én initiatief om fysiek, mentaal en sociaal, gezond en fit te blijven, zich te blijven ontwikkelen, weerbaar te zijn en er te zijn voor een ander.
Ze anticiperen op te verwachten volgende levensfasen, en op onverwachte levensgebeurtenissen. Leiden een bewust en verantwoordelijk leven. Ze hebben zorg voor hun fysieke, mentale en sociale vitaliteit, en bieden die ook aan een ander. De doelen en activiteiten gaan over bewegen, actief zijn, uitnodigend, liefdevol en openstaan. Inwoners voorbereiden en bewustmaken van huidige en volgende levensfasen.
Pro-actief inzetten op bewustwording, o.a. als Dementievriendelijke gemeente.
Ook bij inwoners die desondanks afhankelijk zijn of worden van zorg en niet in staat zijn om zelf, zonder begeleiding, zelfredzaam te zijn wordt ernaar gestreefd (waar mogelijk) toe te geleiden naar zelfredzaamheid en het lerend vermogen en talenten van personen te blijven benutten.
Te behalen maatschappelijke effecten zijn met name:
1. Inwoners leven bewuster gezond
2. Inwoners zijn actief en voelen zich mentaal gezond
3. Inwoners participeren zo vroeg en lang mogelijk
4. Inwoners anticiperen op volgende levensfases
Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer
Inwoners zijn weerbaarder tegen (financiële) risico’s en veranderingen. Zij worden hierin beter ondersteund met signalering, informatie en begeleiding door betrokken organisaties.
Dit is heel actueel. De bestaanszekerheid staat voor een steeds grotere groep inwoners onder druk. Er is expliciet aandacht nodig op bestuurlijk en strategisch niveau. Inspanningen richten zich onder meer op kansengelijkheid voor kinderen, armoedebestrijding, integrale schuldhulpverlening, de inzet van budgetcoaches en de ontwikkeling van een structureel vangnet. De beheersing van de Nederlandse taal en de omgang met digitale media is een essentiële basisvoorwaarde voor participatie en zelfredzaamheid en krijgt ook extra aandacht.
Te behalen maatschappelijke effecten zijn met name:
1. Inwoners participeren zo vroeg en lang mogelijk
2. Inwoners melden eerder het (mogelijk) ontstaan van problematische schulden
3. Maatschappelijk partners leveren een actievere bijdrage aan vroegsignalering
Meer sociale cohesie in de lokale samenleving
De kernen van de gemeente Geertruidenberg zijn gastvrije, toegankelijke, veilige en initiatiefrijke gemeenschappen van inwoners en informele en formele organisaties waar iedereen erbij hoort en gezien wordt.
Inspanningen richten zich met name op de dialoog met inwoners en partners, het stimuleren maatschappelijke initiatieven. De bewustwording rondom de inzet van het sociaal netwerk, initiëren van zorg in de wijk en het stimuleren vrijwilligerswerk/ vrijwillige inzet. Zicht op de benodigde sociale infrastructuur als het gaat om ontmoeten en activiteiten.
Maatschappelijke effecten zijn :
1. Inwoners participeren zo vroeg en lang mogelijk
2. Maatschappelijke initiatieven krijgen hun waarde
3. Inwoners leveren een maatschappelijke bijdrage
4. Maatschappelijk partners leveren een actievere bijdrage aan vroegsignalering
Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak
Professionele expertise wordt effectief en doelmatig ingezet ín én met de leefwereld van inwoners: vroegtijdig, zo kort als nodig, gericht op (eigen)regie, netwerkversterking en integrale ondersteuning.
Meer aandacht voor (dreigende) financiële problemen en laaggeletterdheid. Laagdrempelige ondersteuning in de wijk. Toegangsloketten voor vrij toegankelijk zorg zijn bekend en goed bereikbaar. Meenemen van maatschappelijke partners in missie en visie. Kwetsbare inwoners eerder in beeld krijgen.
Maatschappelijke effecten zijn :
1. Inwoners melden eerder het (mogelijk) ontstaan van problematische schulden
2. Maatschappelijk partners leveren een actievere bijdrage aan vroegsignalering
3. De gemeentelijke toegang is laagdrempelig en gericht op zelfredzaamheid
4. Gelijke kansen voor kinderen en jongeren om talenten te ontwikkelen
Houdbare basisondersteuning
In dialoog met de samenleving worden beschikbare middelen ingezet, passend bij de ambitie, visie, positie en verantwoordelijkheid van de gemeente, aansluitend op de haalbaarheid bij aanbieders.
Iedere inwoner met een vraag is geholpen met een goed en snel antwoord waar hij of zij mee verder kan. Als die vraag niet in de eigen omgeving beantwoord kan worden is het belangrijk dat inwoners direct met hun vraag bij een professional terecht kunnen en gelijk het goede, brede, gesprek kunnen voeren. En, indien er naast de eigen inzet en die van het persoonlijke netwerk, ondersteuning vanuit de gemeente nodig is, deze snel, makkelijk en op maat beschikbaar komt. Dit betekent dat zowel de wijze van het toekennen van ondersteuning als de aard van de ondersteuning zelf meer toegespitst kunnen worden op de behoeften/vraag van de inwoner. Inspanningen zijn onder meer gericht op het ontwikkelen van de basisondersteuning, het her-inrichten van Welzijn en doorontwikkeling loket (W)WIZ/wijkteam/CJG.
1. Maatschappelijke initiatieven krijgen hun waarde
2. De gemeentelijke toegang is laagdrempelig en gericht op zelfredzaamheid
3. Gebruik van voorzieningen is gebaseerd maatwerk
3.1.4 Afbakening
Dit programmaplan richt zich op uitvoering van de opgave Mens en Zorg en de ontwikkelingen die daarvoor nodig zijn. Dit betreft de uitvoering van een aantal specifieke projecten én ontwikkelingen binnen reguliere taken. De uitvoering van de reguliere taken zelf valt niet binnen het kader van dit programma, maar wordt aangestuurd vanuit de lijn (clustermanagement).
3.2 Aanpak
3.2.1 Programmalijnen
In overleg met bestuurlijk opdrachtgevers zijn de volgende speerpunten bepaald die als programmalijnen worden ingevuld:
Programmalijn
|
Bijdrage strategische doelen
|
Realisatie voortgang
|
Realisatie financiën
|
1.Bewust (samen)leven
|
Inwoners zijn & blijven vitaal.
Meer sociale cohesie.
|
|
|
2.Werken met talent
|
Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer.
Houdbaarheid basisondersteuning.
|
|
|
3.Gelukkig opgroeien
|
Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak.
Houdbaarheid basisondersteuning.
|
|
|
4.Financieel zelfredzaam
|
Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer.
Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak.
|
|
|
5.Vrije inloop
|
Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak.
Houdbaarheid basisondersteuning.
|
|
|
6.Ondersteunend
|
Ontwikkeling nieuw subsidiebeleid 2025. Ontwikkeling wijkgericht werken (i.a.m. programma leefbaarheid). Realisatie Monitor Mens en Zorg.
|
|
|
De activiteiten in de verschillende programmalijnen zijn goed op gang gekomen. In het eerste kwartaal is juist ook de verbinding tussen de lijnen nadrukkelijker gezocht en focus en prioriteit aangebracht binnen het programma. En daarmee ook in de concrete planning voor 2024. Dit heeft ertoe geleid dat er veel prioriteit wordt gegeven aan het project Omgekeerd werken (Vrije inloop), implementatie stevig lokaal team (programmalijn 3) en de realisatie van de MFA Hooipolder en het bijbehorende participatietraject. De realisatie van het nieuwe subsidiebeleid en de monitor Mens en Zorg heeft vertraging opgelopen. Hierop wordt geanticipeerd met extra inzet waarvoor extra middelen worden gevraagd.
|
Samen geeft dit 6 programmalijnen
Binnen iedere programmalijn worden in het volgende hoofdstuk resultaten, activiteiten en middelen gedefinieerd. Per resultaat wordt aangeven of er een organische of projectmatige aanpak wordt gevolgd.
Aanpak
Het programma is opgebouwd langs 5 inhoudelijke programmalijnen en 1 ondersteunende programmalijn
In dit hoofdstuk wordt iedere programmalijn inhoudelijke toegelicht en wordt de te volgen aanpak uitgewerkt in activiteiten. Ook is aangegeven wanneer welk resultaat verwacht wordt in de komende jaren.
Voor de komende vier jaar worden de doelen, inspanningen en resultaten weergegeven. Waar nodig worden de aannames uit de strategie hier verder geconcretiseerd. Ook de samenhang tussen de doelen (bijvoorbeeld de onderlinge strijdigheden, raakvlakken of overlappingen) krijgen aandacht. In de uitvoering en de bepaling van de benodigde middelen is de rol van gemeente in de verschillende activiteiten van belang. De rollen die we onderscheiden zijn: Regisseur, facilitator, uitvoerder, verbinder, financier.
Programmalijn 1 : Bewust (samen)leven
Strategische doelen / Operationele doelstellingen
- Inwoners zijn & blijven vitaal
- Meer sociale cohesie
- Gezondheidsachterstanden/ verkleinen gezondheidsverschillen
- Toegenomen deelname aan georganiseerde activiteiten
- Meer initiatief vanuit inwoners
- Meer vrijwilligers in informele netwerken
De programmalijn focust zich op het versterken van de weerbaarheid en het zelfoplossend vermogen van inwoners. Enerzijds door gezonder te leven en, waar mogelijk, tijdig te anticiperen op levensgebeurtenissen. Anderzijds door het stimuleren van “meer omkijken naar elkaar”. Het creëren van een klimaat waarin vragen makkelijker op tafel komen, we ervaringen delen en waar nodig de weg wijzen.
We zetten daarbij in op een brede aanpak die gericht is op de risico’s factoren voor het ontstaan van gezondheidsachterstanden waaronder financiële druk, laaggeletterdheid (onderwijs, scholing), overgewicht, eenzaamheid, overbelasting door mantelzorg en het voorzieningenniveau in de wijk.
Actief (kunnen) zijn in de gemeenschap is een belangrijke succesfactor. We stimuleren daarom activiteiten van en tussen inwoners. We zorgen dat inwoners (meer) worden uitgedaagd om te bewegen en kiezen voor gezonde opties. We verbeteren de mogelijkheden voor inwoners om elkaar laagdrempelig te ontmoeten, te ontspannen en elkaar te helpen. We vergroten de sociale cohesie door de sociale basis te versterken. Onder de sociale basis wordt verstaan: vrij toegankelijke formele en informele activiteiten en voorzieningen gericht op het elkaar ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen die zorgen dat mensen kunnen samenleven en meedoen.
Dit vraagt aandacht voor wijkgericht werken (oriëntatie op de 4 wijken Geertruidenberg, Raamsdonk en Raamsdonksveer –Noord en –Zuid ) en om de functie van het verenigingsleven hierin te erkennen, te stimuleren en te waarderen, zoals beschreven staat in het Actief-Akkoord.
De inrichting en vormgeving van een wijk heeft invloed op de gezondheid en leefstijl van bewoners. Het bepaalt mede in hoeverre mensen bewegen, elkaar ontmoeten en activiteiten kunnen ondernemen. Gezien de vergrijzing en klimaatverandering is dit nog belangrijker geworden. Om gezondheidsachterstanden te verkleinen, is het daarom essentieel dat wij (de gemeente) de fysieke omgeving zo inrichten dat het gezond en actief leven bevorderd. Dit wordt daarom een onderdeel zijn van het uitvoeringsplan/ project ‘actief gezond in Geertruidenberg’.
We zetten in op de doorontwikkeling van buurtsport, zodat we de gezondheidsverschillen kunnen verkleinen. We willen sport en cultuur inzetten als preventief middel zowel voor de fysieke als de sociale component.. We zetten in op de doorontwikkeling van buurtsport, en willen we sport inzetten als preventief middel zowel voor de fysieke als de sociale component.
In het eerste deel zijn een aantal concrete resultaten behaald die direct bijdragen aan de doelstelling. Er zijn nieuwe afspraken gemaakt over de inzet en doorontwikkeling van Buurtsport. Sport Service Noord-Brabant is daarnaast gestart met het project Valpreventie. Met de lancering van Welzijn op Recept dragen we bij aan sociaal maatschappelijke oplossingen voor hulpvragen van inwoners in plaats van medische. Met de start van de website Geertruidenbergvoorelkaar.nl is een online marktplaats gerealiseerd voor vrijwilligerswerk en vrijwillige inzet. We bevorderen hiermee de maatschappelijke bijdrage en participatie van inwoners. De website is gelanceerd tijdens de feestelijke en drukbezochte dag van de vrijwilliger.
|
Programmalijn 2 : Werken met talent
Strategische doelen / Operationele doelstellingen
- Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer
- Houdbaarheid basisondersteuning
- Alle inwoners hebben, ongeacht hun verdiencapaciteit, de mogelijkheid voor een zinvolle daginvulling
- Meer inwoners maken gebruik van, een ruimer aanbod van, vrij toegankelijke dagbesteding
- Lokale organisaties en bedrijven bieden meer werkervaringsplekken (plekken van ontmoeting en diversiteit)
- Er is een fysieke locatie in de gemeente waar de verbinding WMO-participatie duurzaam is gelegd en waar verschillende vormen van participeren samenkomen en elkaar aanvullen en stimuleren.
De weg naar participatie in onze gemeente is versnipperd en daardoor onvoldoende effectief. Het gevolg hiervan is dat de kosten hoog zijn en er, veelal individuele, voorzieningen worden beschikt die niet voldoende effectief zijn. Dit leidt ertoe dat de talenten van inwoners onvoldoende worden aangesproken en zij daardoor minder in staat zijn om zich te ontwikkelen, een zinvolle bijdrage te leveren aan de samenleving en/of te voorzien in een eigen inkomen. De waarborg voor participatie vraagt expliciete aandacht op bestuurlijk en strategisch niveau.
We leggen een stevigere verbinding tussen de WMO (begeleiding), participatie en inburgering waardoor een brede participatie en effectievere integratie plaatsvindt. Een bredere of veelzijdigere participatie op terreinen die bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling, het welzijn van anderen of maatschappelijke doelen gaat samen met een hoger individueel welzijn en andersom. Het uitgangspunt daarbij is dat je altijd iets zinvols kunt doen in de gemeente en dat je dat vooral samen doet met anderen op een toffe plek. Je groeit daarvan als persoon, zet stappen op de participatieladder en levert een maatschappelijke bijdrage.
We verleggen de focus op (standaard) individuele begeleidingstrajecten naar de verbreding van het aanbod voor vrij –toegankelijke (lokale) dagbesteding/ werkervaringsplekken, vooral door groepen op verschillende “treden” te mixen zodat inwoners voor elkaar van meerwaarde kunnen zijn.
De beheersing van de Nederlandse taal en de omgang met digitale media is een essentiële basisvoorwaarde voor participatie en zelfredzaamheid. Inwoners die laaggeletterd zijn kunnen niet volwaardig deelnemen aan de samenleving; door de digitalisering e.d. wordt de afstand voor hen alleen maar groter en bestaat op termijn een risico op het ontstaan van problemen. We zetten daar extra op in, ook voor de doelgroep NT2. (Nederlands als 2e taal)
Het vraagt een diepgaander onderzoek naar de huidige situatie en behoeften om beter te begrijpen wat inwoners nu weerhoudt om te participeren en wat daarvoor nodig is. Dit kan leiden tot een verdere doorontwikkeling van de dienstverlening van MidZuid, en tot het beschikbaar komen van nieuwe initiatieven. Het project “op pad” heeft tot doel een concrete plek te realiseren die tevens als voorbeeld kan dienen.
De afgelopen periode is vooral gebruikt om de bestaande regelingen op het gebied van inkomen en participatie tegen het licht te houden en te actualiseren naar aanleiding van veranderende wetgeving. Hierbij wordt ook gekeken naar de doelmatigheid van de regelingen.
Voor wat betreft de ontwikkeling wordt nu gefocust op het realiseren van laagdrempelige ontmoetingspunten en vrij toegankelijke dagbesteding. We combineren dit met de ontwikkeling van de MFA Hooipolder en bereiden daarvoor een bredere inzet van de Schelf voor.
|
Programmalijn 3: Gelukkig opgroeien
Strategische doelen / Operationele doelstellingen
• Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak
• Houdbaarheid basisondersteuning
• Vermindering inzet jeugdhulp (in verhouding tot andere gemeenten)
• Minder kinderen (onder de 18 jaar) die middelen of alcohol gebruiken
• Minder kinderen en jongeren voelen zich eenzaam
• Meer positieve berichtgeving van opgroeien in gemeente Geertruidenberg
• Periodieke gesprekken voor input van jongeren zelf
Jongeren in gemeente Geertruidenberg liggen onder een vergrootglas. Dat heeft meerdere oorzaken: door het hoge percentage van jongeren die jeugdhulp krijgen, de cijfers over alcoholgebruik onder jongeren en cijfers over de (zware) mentale problemen bij de jeugd, zorgen voor een negatief beeld. Daarnaast staat de jeugd op afstand, en is het voor beleidsmakers lastig om erachter te komen wat jongeren zelf willen.
Bovendien is het beeld dat veel jongeren over het leven hebben –mede ontstaan door sociale media-, niet realistisch en staat de mentale gezondheid van steeds meer jongeren onder druk. Door de Coronacrisis is dit nog versterkt.
Dit versterkt elkaar, de beeldvorming wordt niet beter en de kosten voor de jeugdhulp blijven stijgen. Middels deze programmalijn willen we een trendbreuk forceren in zowel de beeldvorming, de omgang met jongeren én willen we –waar dat kan- jongeren vroegtijdig helpen, om grotere problemen te voorkomen en/ of te verminderen.
Wanneer we kijken naar de jeugd dan willen we dat iedere jongere, ongeacht afkomst, kwetsbaarheid of beperking, op de eigen manier in de samenleving kan floreren en zich kan ontwikkelen tot die veerkrachtige zelfredzame volwassene. Hierin spelen talentontwikkeling en kansengelijkheid een grote rol. We willen voorkomen dat jeugd in de knel komt, en al eerder inspelen op signalen. We hebben leuke jeugd en hebben als samenleving een verantwoordelijkheid om hen positief te benaderen, in staat te stellen om hun talenten te ontwikkelen en hun plek in de samenleving in te nemen. Dat begint met jongeren serieus te nemen en hen echt te zien en te ontmoeten. Je bent zoals je bent, en dat is oké.
Dat vraagt om een samenleving die jongeren uitdaagt en kansen biedt zich optimaal doorlopend te ontwikkelen en ook om een samenhangend en sluitend vangnet voor die keren dat het door omstandigheden niet lukt. Waarbij het normaliseren van een mindere periode belangrijk is, en er enkel professionele hulp wordt ingezet als dit nodig is. Of juist vasthoudend wordt gehandeld als er sprake is van generatie-problematiek. Op dit moment is het huidige beleid nog te versnipperd en onvoldoende afgestemd om dit te realiseren. Doelstelling is om tot een integrale aanpak te komen die de geschetste samenleving mogelijk maakt.
Er wordt extra inzet gepleegd op de gelijke kansen voor kinderen en jongeren. We doen dit vooral ook samen met kinderen, jongeren en hun ouders/verzorgers. De dialoog met jongeren krijgt extra aandacht. We zetten in op jongerenparticipatie en de inzet van ervaringsdeskundigheid.
In 2023 stelt het college het uitvoeringskader jeugd vast, waarin integraal gekeken wordt naar opgroeiende jongeren in onze gemeente. Onderdeel van dit uitvoeringskader is dat er in 2024 een onderzoek wordt gedaan naar of en zo ja hoe het voorliggend veld binnen het jeugddomein versterkt kan worden, rekening houdend met de opstart van projecten zoals Opgroeien in een Kansrijke Omgeving en de doorontwikkeling van het jongerenwerk en buurtsportcoaches.”
Het onderwijs vervult, als 2e leefomgeving van kinderen, een belangrijke rol in het leven van kinderen en jongeren. We investeren extra in de samenwerking met onderwijs, met name gericht op het voorkomen of terugdringen van onderwijsachterstanden. Daarnaast zetten we in op versterking en verbreding van de maatschappelijke functie van, met name basisscholen, in hun directe omgeving.
We werken aan een nieuw regionaal jeugdstelsel dat de oplopende inzet van jeugdzorg moet remmen door te zorgen dat ondersteuning eerder, lichter en makkelijker beschikbaar is én inwoners en professionals beter accepteren dat hobbels bij het leven horen. Dit vraagt een grote lokale inzet die zich richt op preventie en interne ontschotting waardoor duurzamere oplossingen worden gecreëerd. De deelname aan het landelijk project “OKO” (Opgroeien in een kansrijke omgeving) gaat helpen om dit effectief te doen.
Het centrum voor jeugd en gezin (CJG) , dat de gemeente Geertruidenberg deelt met Drimmelen, vervult een belangrijke functie in het jeugdlandschap en is, daarmee, zelf ook onderwerp van verandering. Er ligt een nadrukkelijke opdracht om meer in de leefwereld van kinderen, jongeren en hun ouders aanwezig te zijn en breder aan te sluiten op de onderliggende vragen én mogelijkheden van het gezinssysteem en hun informele en formele netwerk. Met de uitvoering van al deze maatregelen verwachten we de komende jaren een inverdieneffect op de inzet van jeugdhulp.
Een veilige thuisbasis en leefomgeving is cruciaal voor het gelukkig opgroeien van kinderen en jongeren. We investeren in de sociale veiligheid voor en rond kinderen. Dit doen we onder meer door eerder te signaleren en de weerbaarheid van jongeren te versterken.
Er zijn veel lokale en regionale ontwikkelingen op deze uitgebreide programmalijn. Inmiddels is gestart met het project Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). Er komt specifieke data beschikbaar en partners worden geïnteresseerd om in het project te participeren. Dit als opmaat naar een eerste grote netwerkbijeenkomst die voor de zomer plaatsvindt. De uitkomsten van het rekenkameronderzoek naar jongeren en middelengebruik ondersteunt de inzet van OKO. De regionale samenwerking in de jeugdregio WBO ontwikkelde zich de afgelopen periode moeizaam. Het blijkt regelmatig lastig om elkaar met 5 gemeenten goed te vinden en stakeholders goed mee te nemen in de realisatie van de regiovisie en het strategie. Er is inmiddels bestuurlijk en ambtelijk intensief in elkaar geïnvesteerd. De verwachting is dat de nieuwe afspraken die hierbij gemaakt zijn de basis voor samenwerking hebben versterkt. Er is een onderzoek geweest naar de invulling en start van het stevig lokaal team per 1-1-2025. Het voorstel daarvoor wordt op korte termijn voorgelegd aan het college en raad. Onderdeel daarvan is de versterking van de sociale basis. Dit sluit goed aan op de nieuwe meerjarige educatieve agenda waaraan met het onderwijsveld invulling wordt gegeven. Het project jongerenparticipatie is vanwege capaciteitsgebrek nog niet gestart. Inmiddels is extra capaciteit aangetrokken en kan de projectaanpak worden voorbereid.
Veel activiteiten doen we samen met de gemeente Drimmelen waarmee we een bredere samenwerking in het sociaal domein verkennen.
|
Programmalijn 4: Financieel zelfredzaam
Strategische doelen / Operationele doelstellingen
- Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer
- Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak
- Inwoners melden zich eerder en vaker (bij welzijn) met vragen over geld en administratie
- Er ontstaan minder vaak (nieuwe) schulden
- Inwoners waarderen de dienstverlening van de gemeente
We constateren een toenemende financiële druk en onzekerheid bij inwoners. De bestaanszekerheid komt de komende jaren voor een steeds grotere groep inwoners onder druk te staan. De gemeente Geertruidenberg heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om te ondersteunen bij de bestaanszekerheid als er (te) weinig inkomen in het gezin is om bijvoorbeeld kinderen te laten sporten of om schulden bij inwoners te voorkomen of af te handelen. Er ontbreekt echter al langere tijd een stevige inhoudelijke basis die richting geeft en samenhang biedt voor meer duurzame aanpakken en oplossingen.
Ondertussen vinden er grote landelijke ontwikkelingen plaats qua wetgeving waardoor de urgentie om deze basis te maken ook vanwege externe druk steeds groter wordt. Binnen de programmalijn Financieel zelfredzaam wordt dit kader gecreëerd waarmee zowel invulling wordt gegeven aan de verander(en)de wetgeving als aan de eigen ambitie van de gemeente. Binnen dit kader is aandacht voor kansengelijkheid voor kinderen, armoedebestrijding en integrale schuldhulpverlening. Inspanningen richten zich op:
- Bevorderen van het welzijn en de inclusie van mensen in armoede
- Meer preventie van geldzorgen
- Het tegengaan van geldzorgen door ervoor te zorgen dat alle kinderen en jongeren, financiële kennis, vaardigheden en competenties ontwikkelen
- Het voorkomen van (oplopende) schulden door het taboe te doorbreken
Maatschappelijke partners in de omgeving van de inwoners vervullen een belangrijke rol door tijdige signalering van betalingsachterstanden en het geven van informatie. Zodra er sprake is van schulden moet er een efficiënt en eenduidig verloop van de schuldhulpverlening zijn die de druk op de inwoner en zijn of haar omgeving waar mogelijk verkleint. We investeren in de ontwikkeling van integrale schuldhulpverlening, waaronder de inzet van budgetcoaches, en het realiseren van een structureel vangnet.
In de eerste maanden van dit jaar heeft het uitvoeringskader Financiële zelfredzaamheid invulling gekregen. Dit is onder andere gebeurd in twee goed bezochte werkbijeenkomsten met maatschappelijk partners. Met de opgehaalde ideeën en het afgegeven commitment wordt het uitvoeringskader nu afgerond en voorgelegd aan de raad als aanloop naar de daadwerkelijke realisatie. In het bijbehorende jaarplan wordt gefocussed op versterking van de vroegsignalering waarvoor extra middelen worden gevraagd in de Turap.
|
Programmalijn 5: Vrije inloop
Strategische doelen / Operationele doelstellingen
- Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak
- Houdbaarheid basisondersteuning
- Afname van dure (WMO) hulp
- Het is er druk, er gebeurt wat
- Tevreden mensen over de gemeente
- Partners willen er graag bij horen
- Huis van de gemeente, 1 gemeenschapshuis
- Hotspot, fysiek ontmoetingsplekken in iedere wijk.
De gemeente Geertruidenberg werkt al een aantal jaren aan een “optimale toegang”. Een plek waar je als inwoner binnenloopt met je vraag en met een goed antwoord of oplossing naar buiten gaat.
Ondanks alle aandacht en investeringen die er gedaan zijn zien we een versnipperde, suboptimale werkwijze die gericht is op het inzetten van (veelal geïndiceerde) voorzieningen. Zowel binnen de gemeentelijke organisatie zelf, als in de afstemming met maatschappelijk partners zoals met name welzijn. De beoogde integraliteit en zelfwerkzaamheid die we zowel voor de vraag als het aanbod nastreven wordt met de huidige inrichting niet gerealiseerd. In de landelijke monitors valt Geertruidenberg op door de hoge inzet van (gestapelde) WMO-voorzieningen per inwoner.
In de programmalijn “Vrije inloop” gaan we naar een volledig andere inrichting. Het uitgangspunt is een laagdrempelige inloop (fysiek, maar ook online) waar een inwoner, al dan niet toevallig, binnenloopt en daar in een gastvrije omgeving terecht komt waar hij of zij ongedwongen op zoek kan gaan naar informatie of ondersteuning. Desgewenst deelt de inwoner zijn of haar vraag met een aanwezige medewerker. Als in het gesprek de vraag helderder wordt komt er een kort antwoord, of wordt er een collega bijgehaald die er meer mee kan. Deze medewerkers zijn verbonden aan het wijkteam dat op die plek actief is. De vraag en de eigen mogelijkheden van de inwoner zijn leidend, evenals de mogelijkheden die in de directe omgeving vrij toegankelijk beschikbaar zijn als antwoord op een goed begrepen vraag en behoefte. De inwoners ervaart persoonlijke betrokkenheid van een medewerker die naast hem of haar staat, moeite doet en écht helpt.
Om deze situatie te realiseren gaan de verschillende loketten in onze gemeente zich doorontwikkelen naar een lokaal wijkteam. Het wijkteam is aanwezig op een gastvrije plek van ontmoeting en verbinding. Hier is een brede expertise beschikbaar zodat direct met de goede professional het goede gesprek gevoerd kan worden en passende ondersteuning beschikbaar is. In dit wijkteam werken professionals en vrijwilligers van verschillende moederorganisaties, waaronder de gemeente, samen. Om deze ingrijpende verandering met partners te realiseren worden specifieke projecten ingericht.
De doorontwikkeling de gemeentelijke toegang en dienstverlening is een belangrijk speerpunt in het programma Mens en Zorg in het kader van kwaliteit én kostenbeheersing. Het project "Omgekeerd werken" fungeert als hefboom is deze ontwikkeling. Inmiddels is de definitiefase van dit project nagenoeg afgerond en is er een goed inzicht in de huidige werkwijze, in de ambitie die we als gemeente hebben, en wat de veranderopgave is die voorligt. Het project "pilot generalistisch wijkteam" heeft bijgedragen aan de verbinding tussen de gemeentelijke uitvoering en maatschappelijk werk op het gebied van SOZA/Inkomen. Dit project wordt geëvalueerd om de vervolgstappen te bepalen. Er is een sterke relatie met het project "Stevig lokaal team"(programmalijn 3). De komende periode worden de uitkomsten van deze projecten bij elkaar gebracht in een samenhangende implementatiestrategie.
|
Programmalijn 6 : Ondersteunend
Strategische doelen / Operationele doelstellingen
- Meer sociale cohesie
- Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak
- Houdbaarheid basisondersteuning
- Monitor Mens en Zorg beschikbaar begin 2024
- Subsidiebeleid 2025 tijdig gerealiseerd en geïmplementeerd
Over verschillende programmalijnen heen is er een ontwikkeling op een drietal onderwerpen die vooral ondersteunend zijn aan de vijf inhoudelijke lijnen. Deze onderwerpen zijn:
Monitor Mens en Zorg
Voor veel strategische doelen en maatschappelijke effecten ontbreekt de (structurele) data om een goede inschatting van de huidige situatie te maken, en dus ook om concrete, specifieke en realistische doelen te stellen. Zeker preventie vraagt meer zicht op kwetsbare inwoners en maatschappelijke vraagstukken en het, continu, in beeld brengen van de resultaten die behaald worden. De komende jaren kunnen we rekenen op veel landelijke middelen die beschikbaar komen voor tal van maatschappelijke vraagstukken. Om deze effectief in te zetten is het noodzakelijk om betere cijfers te krijgen over vraag, aanbod en productie van zorg en ondersteuning. We investeren in de monitoring en effectmeting van onze inspanningen door een passend en relevante monitor Mens en Zorg te ontwikkelen.
Ontwikkeling wijkgericht werken
Veel ontwikkelingen in het programma hebben het nodig om dichter bij de leefwereld van inwoners te komen en daar ontmoeting, verbinding en initiatief te laten ontstaan of de ruimte te geven. Hiervoor willen we wijkgericht werken verder ontwikkelen en de vier wijken van onze gemeente (Geertruidenberg, Raamsdonk en Raamsdonksveer Noord- en Zuid) structureler gaan gebruiken als schaal om sociaal-maatschappelijk beleid op te ontwikkelen en uitvoering op te organiseren. Dat geldt ook voor andere programma’s. Vandaar dat hiervoor een integrale aanpak en afstemming met het programma Leefbaarheid is gemaakt. Het programma Leefbaarheid is hierbij in de lead.
Subsidiebeleid 2025
Recent heeft een evaluatie van het subsidiebeleid plaatsgevonden als opmaat naar het nieuwe subsidiebeleid dat in 2025 van kracht moet worden. Aangezien de meeste subsidies worden verstrekt binnen het programma Mens en Zorg maakt dit project onderdeel uit van dit programma, ook al is eerder afgesproken dat het subsidiebeleid en daarvoor op te stellen verordening en beleidsregels voor de hele organisatie gelden.
Inhoudelijk moet het nieuwe subsidiebeleid zorgen voor meer sturing op maatschappelijke rendement, het extra stimuleren van maatschappelijk initiatief, en het eerlijker en transparanter inzetten van subsidiemiddelen. Ook in relatie van andere vormen van ondersteuning door de gemeenste, zoals via het evenementen- of accommodatiebeleid.
Deze drie onderwerpen worden als projecten in het programma opgenomen onder de programmalijn “Ondersteunend”.
Sinds de start van het programma Mens en Zorg komt er steeds meer data over het sociaal domein beschikbaar. De bedoeling is dat deze informatie de komende periode structureel beschikbaar komt voor de betrokkenen, in samenhang wordt gebracht en gekoppeld wordt aan de operationele en strategische doelen van het programma. Dit laatste vraagt specifieke expertise. De afgelopen periode is de behoefte intern geïnventariseerd. Op korte termijn wordt de benodigde expertise gecontracteerd en komt een eerste prototype van een monitor Mens en Zorg beschikbaar. Deze wordt gecombineerd met een nieuwsbrief Mens en Zorg waarmee structureel praktisch info en achtergrond informatie over het sociaal domein .
Wijkgericht werken is de afgelopen periode nadrukkelijker in beeld gekomen vanuit het perspectief van wijkvoorzieningen. Hoewel er in de verschillende wijken het nodige gebeurt heeft de gemeente geen kader voor de aanwezigheid van sociaal- maatschappelijke voorzieningen op wijk-niveau. In relatie tot "langer thuis in de wijk", het nieuwe subsidie/ accommodatiebeleid en de discussie over maatschappelijk vastgoed is een dergelijk kader wel van belang. Met het programma Leefbaarheid wordt hiervoor een projectopdracht opgesteld.
De realisatie van het nieuwe subsidiebeleid heeft door personele problemen vertraging opgelopen. Inmiddels is dit opgelost en wordt een bijgewerkte planning voorgelegd. Aangezien zorgvuldigheid voorop staat wordt een langere overgangsperiode genomen voor de implementatie om onzekerheid bij de subsidie-ontvangers zoveel mogelijk te voorkomen . Er zijn extra middelen opgenomen in de Turap om de tijdige realisatie te waarborgen
|