Met dit deel van de Voorjaarsnota kijken we vooral vooruit. En zoals u al eerder heeft kunnen lezen, ligt er een financiële uitdaging. In 2025 zijn de vooruitzichten voorlopig voorzichtig positief. Maar, er ligt wel een structurele opgave voor ons. De omvang daarvan is ook nog onzeker:
- De meicirculaire laat nog geen vertaling zien van het Regeerakkoord;
- De scenariokeuze voor het DIOR moet nog worden gemaakt met de bijbehorende financiële consequenties;
- De aanpak in het sociaal domein zal tot gevolg hebben dat de inzet van maatwerkvoorzieningen (Wmo en jeugd) terugloopt, met een bijbehorend financieel effect. Maar we worden hier ook geconfronteerd met onder andere loon- en prijsontwikkelingen bij de zorgaanbieders, die groter zijn dan de reguliere inflatie;
- In deze kadernota is een aantal maatregelen nog niet financieel vertaald. Denk bijvoorbeeld aan het toekomstbestendig maken van het personeelsinformatiesysteem. In de begroting zijn deze effecten wel in beeld.
Dat betekent dat we niet achterover kunnen leunen. In 2025 versterken we de financiële basis. Na de financiële vertaling van het coalitieakkoord in februari 2023 zijn we terughoudend met nieuwe initiatieven. We doen wat nodig is en we met elkaar hebben afgesproken. Als we nieuwe zaken oppakken, geven we aan wat we niet meer doen of anders gaan doen. Er ligt een taak voor de organisatie om onze beperkte personele capaciteit en financiële middelen zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten. Personeel, financiële middelen en onze ambitie moeten met elkaar in balans zijn.
De sleutel naar de toekomst ligt in het begrip gezamenlijkheid. Samen – inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en gemeente – staan we aan de lat om Geertruidenberg een gemeente te laten zijn waar het prettig samenleven is. We hebben daarin elk onze eigen unieke toegevoegde waarde en die brengt ons samen verder; meer gemeenschap en minder gemeente. We nemen de tijd tot aan de kadernota 2026 om de koers voor de toekomst te bepalen.
Het vertrekpunt voor deze kadernota is:
(bedragen x € 1.000,-) |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
||||
Beginstand 2024 (na begroting) |
503 |
V |
2.215 |
N |
2.202 |
N |
2.202 |
N |
Turap 2024-1 |
1.659 |
N |
1.774 |
N |
1.878 |
N |
1.878 |
N |
Algemene uitkering |
946 |
V |
2.609 |
V |
2.328 |
V |
2.385 |
V |
Autonome ontwikkelingen |
1.378 |
N |
1.298 |
N |
1.298 |
N |
1.308 |
N |
Vertrekpunt voor de kadernota |
1.588 |
N |
2.677 |
N |
3.050 |
N |
3.003 |
N |
De autonome ontwikkelingen worden verklaard door:
- de ontwikkelingen bij verbonden partijen zoals die blijken uit de concept begrotingen 2025. In verband met de verdergaande regionale samenwerking binnen de Baroniegemeenten en binnen het verband van de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT) nemen we vanaf 2025 structurele middelen (€ 50.000) op voor de verdere vormgeving van de governance binnen die nu nog informele samenwerkingsverbanden. Speciale aandacht hierbij is er voor de democratische legitimiteit van die samenwerking.
- de aanpassingen in de prognoses voor met name het sociaal domein en
- de inflatiecorrectie voor onze eigen opbrengsten zoals de OZB.
We nemen hier ook de uitbreiding op van formatie voor het uitvoeren van de WOO.