1. Inleiding
Via de Planning-en-Controlcyclus (P&C-cyclus) kan de raad op hoofdlijnen de realisatie van beleidsdoelen van onze gemeente volgen en met name ook welke (financiële) middelen daarvoor nodig zijn. Deze Voorjaarsnota 2026 is onderdeel van deze cyclus.
Gewoonlijk bestaat deze voorjaarsnota uit twee onderdelen, namelijk de eerste tussenrapportage en de kadernota. Deze voorjaarsnota 2026 geeft echter alleen via de tussentijdse rapportage een financiële doorkijk voor de begroting van 2026. Via een raadsinformatiebrief in maart hebben we u geadviseerd om in verband met de verkiezingen voor dit jaar de kadernota achterwege te laten. Met een kadernota informeren we normaliter de raad over de meerjarige ontwikkelingen en geeft de raad richting aan de op te stellen begroting voor het nieuwe jaar. Voor dit jaar is dat niet nodig. De intentie is om het nieuwe coalitieprogramma en daarop volgend het collegeprogramma als basis voor de nieuwe begroting 2027-2030 te nemen.
Deze tussentijdse rapportage is in principe alleen gericht op de begroting van het lopende jaar 2026. Hieruit komen ook meerjarige effecten uit voort. De besluitvorming over deze meerjarige effecten vindt plaats bij de vaststelling van de nieuwe begroting 2027-2030.
Een gezonde financiële positie met een uitdaging voor de toekomst met druk op de beschikbare capaciteit
In de afgelopen vier jaar hebben we door incidentele meevallers en door scherp budgetbeheer onze financiële positie versterkt. Ons eigen vermogen is toegenomen van circa 13 miljoen naar 32 miljoen eind 2025 . Er is veel gerealiseerd maar de ambities van onze gemeente blijven, onder andere met een investeringsprogramma van 46 miljoen onverminderd groot. Daarnaast is de druk op de organisatie voor de uitvoering van de wettelijke taken en bestaand beleid al zodanig groot dat de uitvoering van diverse taken wordt vertraagd.
Tegelijkertijd blijven we voor een belangrijk deel afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen en de financiële middelen die wij van het Rijk krijgen voor de uitvoering van onze wettelijke en andere gemeentelijke taken. Deze financiële middelen stort het Rijk in het gemeentefonds.
Al een aantal jaren is bekend dat dit gemeentefonds anders wordt verdeeld waardoor veel gemeenten te maken krijgen met een forse daling van de algemene uitkering uit dit fonds. Oorspronkelijk was deze wijziging voor dit begrotingsjaar 2026 gepland. Dit jaar stond daarom bekend als het ravijnjaar. Vorig jaar heeft het Rijk voor 2026 en 2027 extra middelen ter beschikking gesteld en de financiële regels voor deze jaren enigszins versoepeld. Daardoor was het voor ons mogelijk om voor 2026 en 2027 een structureel sluitende begroting te presenteren.
Zoals hiervoor aangegeven zullen wij in deze voorjaarsnota geen kadernota opnemen. Hoe de begroting zich vanaf 2027 zal ontwikkelen is via de ambtelijke financiële verkenning ter informatie in beeld gebracht. Het eerste meerjarenperspectief 2027-2030 voor deze nieuwe raadsperiode zal op basis van het collegeakkoord worden opgesteld.
1e tussentijdse rapportage 2026
Met deze 1e tussentijdse rapportage in dit begrotingsjaar 2026 geven we de voortgang van de beleidsmatige ontwikkelingen voor zover bekend tot en met het 1e kwartaal 2026 met een verwachting over de realisatie voor het resterende jaar. Daarnaast lichten we de belangrijkste financiële afwijkingen ten opzichte van de vastgestelde meerjarenbegroting 2026-2029 toe. Met het vaststellen van deze Turap 1 stelt de raad de financiële kaders bij in de begroting 2026. De meerjarige effecten geven we in deze tussentijdse rapportage wel aan maar zullen ook in de hiervoor genoemde ambtelijke financiële verkenning en vervolgens in het meerjarenperspectief worden verwerkt.