Paragraaf A - Lokale heffingen

In deze paragraaf geven we een specificatie van de lokale heffingen en belastingen. We splitsen deze uit naar beleid en hoofdlijnen met daarin de onderstaande onderdelen:
a.      de geraamde inkomsten; 
b.      het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; 
c.      een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. 
d.      een aanduiding van de lokale lastendruk; 
e.      een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

 

Beleid en hoofdlijnen
De heffingen die tot (woon)lasten leiden zijn:
onroerende zaakbelastingen:
•    voor eigenaren van woningen;
•    voor gebruikers en eigenaren van niet-woningen;
•    afvalstoffenheffing;
•    rioolheffing.

De overige heffingen betreffen:
•    lijkbezorgingsrechten
•    leges 
•    precariobelasting
•    havengelden
•    marktgelden
•    (woon)schepenrechten
•    toeristen- en watertoeristenbelasting.

 

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
De gemeenten zijn op basis van de voorschriften in het BBV verplicht om in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten op te nemen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Concreet is dit het geval bij de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de lijkbezorgingsrechten, de leges, de havengelden, de marktgelden en de woonschepenrechten. 
Als gevolg van de wijzigingen in het BBV mag de overhead voortaan niet meer worden verantwoord op de taakvelden. Deze mogen echter wel (extracomptabel) worden meegenomen in de tarieven en de onderbouwing daarvan. De totale overhead is opgenomen in het nieuwe “Overzicht overhead” in de begroting. De berekening van de overhead gebeurt extracomptabel op basis van een procentuele toerekening van de tijd en salariskosten die door de diverse medewerkers aan de taakvelden wordt besteed.  Voor medewerkers binnendienst is het overheadpercentage 65% en voor de buitendienst 35%. 

 

De verschillende belastingen en heffingen zijn niet altijd met elkaar vergelijkbaar. Het verschil tussen bijvoorbeeld de onroerende zaakbelastingen (OZB) en de reinigingsheffing en de rioolheffing is dat de onroerendezaakbelastingen algemene dekkingsmiddelen zijn en de reinigingsheffing en de rioolheffing retributies.
Het verschil tussen een algemeen dekkingsmiddel en een retributie is dat bij retributies er een rechtstreeks verband bestaat tussen de hoogte van de heffing en de uitgaven in het kader van een betreffende activiteit. Bij algemene dekkingsmiddelen ontbreekt deze relatie.

 

Ontwikkelingen
Naar aanleiding van het eerder genomen Raadsbesluit in 2024 wordt de heffing en invordering van de meeste gemeentebelastingen (afvalstoffenheffing, rioolrecht, OZB, toeristenbelasting, watertoeristenbelasting, precariobelasting en woonschepen), evenals de uitvoering van de Wet WOZ en de Wet BAG per 1-1-2025 uitgevoerd door SVHW uit Klaaswaal (belastingsamenwerkingsverband). De kosten hiervan zijn opgenomen in de begroting. Dit gold ook voor de zogenaamde regiefunctionaris vanuit Geertruidenberg voor 12 uur per week als onder meer verbindingsschakel tussen de gemeente en SVHW. Hiermee is een goede uitvoering van de belastingtaken c.a. voor de toekomst geborgd. Inmiddels is een regiefunctionaris aangesteld voor 24 uur per week, die naast de taken als verbindingsschakel tussen de gemeente en SVHW tevens de verantwoordelijkheden van de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar vervult.

 

Onroerende zaakbelastingen
Voor 2025 wordt er gewaardeerd naar de peildatum 1 januari 2024. Voor het belastingjaar 2025 vond er een hertaxatie plaats om te komen tot nieuwe WOZ-waarden per 1 januari 2024 (waardepeildatum). Bij de begroting bevonden de hertaxaties zich in een afrondende fase. Omdat de definitieve omvang van de WOZ waardes gemeentebreed nog niet definitief was, werden voor de inschatting van de waarde-ontwikkeling voor woningen en niet woningen aangesloten bij de cijfers uit de circulaires van het gemeentefonds. Uit de uiteindelijke realisatie blijkt echter dat de totale WOZ-waarden voor zowel woningen als niet-woningen hoger zijn uitgevallen dan destijds was geraamd.

 

Bij de WOZ waardes voor de OZB voor gebruikers van niet- woningen wordt rekening gehouden met een lagere waarde vanwege het amendement De Pater en een lagere opbrengst vanwege leegstand. Het gaat hierbij om een waarde van € 53 miljoen, waar geen onroerende zaakbelasting voor in rekening kan worden gebracht.

 

Voor de waarde ontwikkeling van de woningen werd bij de begroting aangesloten bij het percentage zoals door het ministerie berekend bij de opstelling van de meicirculaire van het gemeentefonds. Dat is 3,5% voor woningen en voor niet-woningen stijgt de waarde ten opzichte van 2024 met 1,25%.

 

De begrote opbrengst van 2025 werd, naast de trendmatige verhoging van 3,5% + 1% verhoging i.v.m. het IHP (Integraal Huisvestingsplan Onderwijs) waartoe in 2020 is besloten, met 2% extra verhoogd.  Deze verhoging  is doorgevoerd omdat het tarief, en daarmee de opbrengst, in belastingjaar 2024 circa 2% te laag was (inflatiecorrectie/prijsindex).

 

Onroerende zaakbelasting - Tarieven per jaar

2023

2024

2025

Woningen

 

 

 

- eigenarendeel

0.1008%

0.1031%

0,1023%

Niet-woningen

 

 

 

- eigenarendeel

0.3280%

0.3381%

0,3381%

- gebruikersdeel

0.2594%

0.2674%

0,2665%

 

 De financiële consequenties van bovenstaande zijn in de onderstaande tabellen verwerkt.

 

Opbrengst ozb

Begroting na wijziging 

Werkelijk

Saldo

Onroerende zaak Woning eigendom

3.668.000 3.722.000 54.000

Onroerende zaak Niet-woning eigendom

2.574.000 2.588.000 14.000

Onroerende zaak Niet-woning gebruik

1.879.000 1.969.000 90.000

Totaal netto

8.121.000 8.279.000 158.000

 

Woz-waarden 2025

Begroting 

Jaarrekening 

Woning eigendom

3.547.000.000 3.638.319.000

Niet-woning eigendom

761.000.000 765.000.000

Niet-woning gebruik

705.000.000 712.000.000

 

Woning

In de begroting 2025 is bij het vaststellen van de tarieven uitgegaan van de op dat moment bekende WOZ-waarden van € 3.547.000.000. De ingeschatte waardeontwikkeling van de woningen bedroeg 3,5%. In de begroting was een opbrengst opgenomen van € 3.628.000 met een tarief van 0,1023%. Tussentijds is dit verhoogd naar € 3.668.000. Bij de jaarrekening 2025 wordt als totale WOZ-waarde de waarde aangehouden zoals deze door SVHW is vastgesteld. Deze WOZ-waarde viel € 91.319.000 hoger uit. De waarde- ontwikkeling is daarmee ruim 2,6% hoger uitgekomen dan ingeschat, met als gevolg dat de opbrengst OZB circa € 54.000 hoger is uitgekomen. Hiervan is in de tussenrapportages reeds € 40.000 opgenomen. De hogere opbrengst van de onroerendezaakbelasting woningen is in principe van incidentele aard, omdat bij de berekening van de opbrengst over 2025 rekening is gehouden met de WOZ-waarde ontwikkeling van 2024,  op basis waarvan de tarieven zijn aangepast.

 

Niet-woningen

In de begroting 2025 is bij het vaststellen van de tarieven uitgegaan van de op dat moment bekende WOZ-waarden van € 761.000.000 met een waardeontwikkeling van 1,25%. In de begroting was een opbrengst opgenomen van € 2.574.000 met een tarief van 0,3381% voor eigenaren van niet-woningen. Bij de jaarrekening 2025 wordt als totale WOZ-waarde de waarde aangehouden zoals deze door SVHW is vastgesteld. Deze WOZ-waarde viel € 4.000.000 hoger uit. De waardeontwikkeling is daarmee iets meer dan 0,5% hoger uitgekomen dan ingeschat, met als gevolg dat de opbrengst OZB voor eigenaren € 14.000 hoger is uitgekomen dan begroot.  De begrote OZB opbrengst van gebruikers van niet-woningen bedroeg € 1.879.000 met een tarief van 0,2665%. Bij deze gebruikers bedroeg de netto-opbrengst € 1.969.000, wat € 90.000 hoger dan begroot. Dit is zowel toe te dragen aan een hogere gemiddelde WOZ-waarde als een lagere leegstandspercentage.

 

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

Het saldo van de kosten en opbrengsten van de exploitatie afval (de inzameling van huisvuil, de milieustraat en het containermanagement) brengen we in rekening bij de inwoners. Dat doen we via de afvalstoffenheffing. Het uitgangspunt is om 100% van de kosten, inclusief btw en overhead, in rekening te brengen. De heffing dient ter dekking van de kosten van afvalinzameling en afvalverwerking. Een overschot of tekort storten we in of onttrekken we aan de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing (gesloten financiering).

 

Het Nieuwe Inzamelen

Vanaf 2025 werken we met de financiële prikkel, een nieuwe systematiek om de hoogte van de afvalstoffenheffing te bepalen. Per belastingjaar 2025 zijn de tarieven voor de afvalstoffenheffing aangepast, waarbij naast een jaarlijks vastrecht per huishouden een variabel tarief wordt geheven per aanbieding van restafval: per 60 liter of gedeelte daarvan bij gebruik van een ondergrondse container, dan wel per aanbieding van een minicontainer voor restafval met een inhoud van 240 liter. Door deze wijziging is vooralsnog niet in te schatten wat de nieuwe tarieven voor individuele huishoudens zijn. De nieuwe tarieven in 2025 zijn immers niet meer direct te vergelijken met die van 2024.

 

Begroting 2025 – 2028

Bij de begroting zijn we uitgegaan van jaarlijks gelijkblijvende inkomsten uit het vastrecht, maar dalende inkomsten uit het variabele deel van de heffing. Dat is immers het gewenste effect van het beleid: minder restafval en dus een teruglopend aantal aanbiedingen. Deze inkomstendaling wordt gecompenseerd door dalende kosten en hogere vergoedingen of opbrengsten voor de inzameling en verwerking van afval door een toename van de gescheiden ingezamelde stromen en afname van ongescheiden, niet herbruikbaar afval. Het meerjarig resultaat op de begroting in de periode 2025 – 2028 is slechts één jaar positief. Dit zorgde in de begroting voor een totale onttrekking van € 110.000 uit de egalisatievoorziening Afval. Deze voorziening heeft ruim voldoende saldo om dit op te vangen.

Reinigingsrechten vervallen De gemeente zamelt geen bedrijfsafval in. Daarom zijn de bepalingen en tarieven voor het heffen van reinigingsrechten komen te vervallen.

In onderstaande tabel geven we een overzicht van de tarieven van de afvalstoffenheffing over de afgelopen jaren.

 

Tarieven afvalstoffenheffing per jaar

2023

2024

- eenpersoonshuishouden

200,90

216,00

- tweepersoonshuishouden

258,24

279,00

- driepersoonshuishouden

282,12

306,00

- meerpersoonshuishouden

364,08

393,00

- extra container

150,00

150,00

 

Tarieven afvalstoffenheffing per jaar 2025
vastrecht 201,00
per aanbieding 60 liter 3,50
minicontainer 240 liter 14,00
extra container GFT+e 36,00

 

Berekening kostendekking afvalverwijdering

Kosten

Bedrag

Directe kosten taakveld

3.392.000

Overhead

78.000

Totale kosten

3.470.000

 

Opbrengsten 

Bedrag

Heffingen

2.433.000

Overige opbrengsten

599.000

Mutatie voorziening

438.000

Totaal opbrengsten

3.470.000

 

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal lasten

3.470.000

Totaal baten

3.470.000

Dekkingspercentage

100%

 

Rioolheffing

De rioolheffing is ter dekking van de kosten voor maatregelen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen voor hemelwater en grondwater. De gemeente kan de kosten verhalen die worden gemaakt voor het nakomen van de zorgplichten uit de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken. Dit betekent dat de gemeente het individuele profijt van de heffing niet hoeft aan te tonen. In onderstaande tabel geven we een overzicht van de tarieven van de rioolheffing over de afgelopen jaren. 

 

Tarieven per jaar

2023

2024

2025

Rioolheffing gebruiker (woning)

 

 

 

- eenpersoonshuishouden

39,48

40,68

43,08

- tweepersoonshuishouden

53,16

54,84

58,08

- driepersoonshuishouden

61,56

63,60

67,20

- meerpersoonshuishouden

84,48

87,12

92,16

 

 

 

 

Rioolheffing gebruiker (niet-woning)

 

 

 

0 - 349 m3

84,48

87,12

87,12

350 m3 - 499 m3

216,79

223,30

223,30

500 m3 - 999 m3

383,16

394,66

394,66

1.000 m3 - 1.999 m3

657,79

677,53

677,53

2.000 m3 - 4.999 m3

1.279,28

1.317,66

1.317,66

5.000 m3 - 9.999 m3

2.192,78

2.358,57

2.358,57

10.000 m3 - 49.999 m3

6.584,79

6.782,34

6.782,34

50.000 m3 en meer

10.965,29

11.294,25

11.294,25

Rioolheffing eigenaar

166,56

171,60

181,40

 

Berekening kostendekking rioolheffing:

Kosten

Bedrag

Directe kosten taakveld

2.059.000

Mutatie voorziening 

376.000

Overhead

314.000

Totale kosten

2.749.000

 

Opbrengsten 

Bedrag

Heffingen

2.736.000

Overige opbrengsten

13.000

Totaal opbrengsten

2.749.000

 

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal lasten

2.749.000

Totaal baten

2.749.000

Dekkingspercentage

100%

 

Lijkbezorgingsrechten

Lijkbezorgingsrechten zijn rechten die in rekening worden gebracht voor het begraven van stoffelijke overschotten, het bijzetten van urnen en het onderhoud van graven op de gemeentelijke begraafplaatsen. Dit gebeurt volgens de Verordening lijkbezorgingsrechten Geertruidenberg. Voor 2025 zijn de tarieven met 3,5% verhoogd. 

Kosten

Bedrag

Directe kosten taakveld

85.000

Mutatie voorziening 

0

Overhead

35.000

Totale kosten

120.000

 

Opbrengsten 

Bedrag

Heffingen

66.000

Overige opbrengsten

0

Totaal opbrengsten

66.000

 

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal lasten

120.000

Totaal baten

66.000

Dekkingspercentage

55%

 

Leges

Voor 2025 zijn de tarieven van de leges waar mogelijk trendmatig gestegen. Er is een afwijkend percentage gehanteerd als dat niet mogelijk was (uit het oogpunt van kostendekkendheid of op grond van wettelijke voorschriften). De tarieven voor de leges hebben we vastgesteld in de Legesverordening en Tarieventabel in Hoofdstuk 1, Hoofdstuk  2 en Hoofdstuk 3.

 

Kostendekkendheid
Het werkelijke saldo van de totale lasten minus baten voor 2025 geven wij in de volgende tabellen weer, eerst per Titel, daarna als recapitulatie.

 

Samenvatting hoofdstuk 1,2 en 3

Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3

Taakveld

Overhead

Totale Kosten

Totale Opbrengsten

Kostendekking

Kostendekking Hoofdstuk 1

388.357 126.763 515.120 496.584 96,40%

Kostendekking Hoofdstuk 2

810.607 482.625 1.293.232 1.291.499 99,87%

Kostendekking Hoofdstuk 3

10.677 9.331 20.008 8.969 44,83%

Kostendekking totale tarieventabel

1.209.641 618.719 1.828.360 1.797.052 98,29%

 

De kostendekkendheid van de gemeente Geertruidenberg voldoet aan de wettelijk gestelde eisen.

Hoofdstuk 1 algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening

Taakveld

Overhead

Totale Kosten

Totale Opbrengsten

Kostendekking

paragraaf

1.1

Burgerlijke Stand

16.768 12.754 29.522 39.774 134,72%
paragraaf

1.2

Reisdocumenten

278.959 70.109

349.068

336.096 96,26%
paragraaf

1.3

Rijbewijzen

54.373 22.796 77.169 77.478 100,40%

paragraaf

1.4

Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

12.801 9.093 21.894 15.333 70,03%
paragraaf

1.5

Bestuursstukken

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

1.6

Vastgoedinformatie

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

1.7

Overige publiekszaken

3.025 718 3.743 2.903 77,58%

paragraaf

1.8

Gemeentearchief

- - - - -

paragraaf

1.9

Bijzondere wetten

22.431 11.293 33.724 25.000 74,13%

paragraaf

1.10

Diversen

- - - - -

Kostendekking Hoofdstuk 1

388.357 126.763 515.120 496.584 96,40%

 

Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

Hoofdstuk 2 Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning

Taakveld

Overhead

Totale Kosten

Totale Opbrengsten

Kostendekking

paragraaf

2.2

Algemene bepalingen

- - - - -

paragraaf

2.2

Voorfase

- - - - -

paragraaf

2.3

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken 810.607 482.625 1.293.232 1.291.499 99,87%

paragraaf 

2.4

Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf 

2.5

Milieubelastende activiteiten

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

2.6

Lozingsactiviteiten

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

2.7

Aanlegactiviteiten

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

2.8

Overige activiteiten

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

2.9

Maatwerkvoorschriften

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

2.10

Gelijkwaardigheid

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf 

2.11

Overige tarieven

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

2.12

Modaliteiten

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

2.13

Vermindering

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

2.14

Teruggaaf

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

Kostendekking Hoofdstuk 2

810.607 482.625 1.293.232 1.291.499 99,87%

 

Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn

Taakveld

Overhead

Totale Kosten

Totale Opbrengsten

Kostendekking

paragraaf 

3.1

Horeca

6.715 5.869 12.584 7.853 62,40%

paragraaf

3.2

Seksbedrijven

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

3.3

Winkeltijdenwet

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

3.4

Organiseren evenement of markt

3.829 3.346 7.175 1.076 15,00%
paragraaf

3.5

Standplaatsen

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf 

3.6

Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap).

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

0,00%

paragraaf

3.7

In dit hoofdstuk niet benoemd besluit: Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking.

133 116 249 40 16,13%

Kostendekking Hoofdstuk 3

10.677 9.331 20.008 8.969 44,83%

 

Precariobelasting 

Voor de precariobelasting is in de begroting 2025 een bedrag van € 13.000 geraamd en na een tussentijdse begrotingswijziging van € 500 bedroeg de raming (afgerond naar boven) € 14.000. De werkelijke baten over 2025 bedroegen € 14.845 .


Havengelden en woonschepenrechten

Voor het (tijdelijk) mogen gebruiken van de gemeentelijke (passanten)haven hebben we vergoedingen gevraagd/geïnd. Momenteel kan de beroepsbinnenvaart gebruikmaken van twee ligplaatsvoorzieningen; te weten in de kern Geertruidenberg (Timmersteekade) en in de kern Raamsdonksveer (Reenweg). Ook kan men op een aantal andere plekken in de Donge aanleggen. De tarieven voor de havengelden zijn opgenomen in de Verordening binnenhavengeld. Het havengeld berekenen we op basis van de grootte van het schip en de duur van het gebruik. Ook hier is een trendmatige verhoging van de tarieven van 3,5% toegepast.

 

Kosten

Bedrag

Directe kosten taakveld

73.000

Mutatie voorziening 

0

Overhead

0

Totale kosten

73.000

 

Opbrengsten 

Bedrag

Heffingen

55.000

Overige opbrengsten

0

Totaal opbrengsten

55.000

 

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal lasten

73.000

Totaal baten

55.000

Dekkingspercentage

75%

 

Marktgelden

De gemeente heeft drie weekmarkten op drie verschillende locaties: het Heereplein in Raamsdonksveer, de Markt in Geertruidenberg en de Oude Melkhaven in Raamsdonk. Voor het innemen van een standplaats op de aangewezen plaatsen heffen we marktgeld volgens de Verordening Marktgelden. De hoogte van de marktgelden is afhankelijk van de oppervlakte van een standplaats. Deze marktgelden gebruiken we voor het huren van marktkramen en voor het onderhoud/schoonmaken van de locaties. De tarieven voor 2025 zijn trendmatig verhoogd met 3,5%.

Het saldo van de totale lasten minus baten - zoals gebruikt voor de tariefberekening - worden in onderstaande tabel weergegeven:

 

Kosten

Bedrag

Directe kosten taakveld

1.000

Mutatie voorziening 

0

Overhead

47.000

Totale kosten

48.000

 

Opbrengsten 

Bedrag

Heffingen

 

Overige opbrengsten

7.000

Totaal opbrengsten

7.000

 

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal lasten

48.000

Totaal baten

7.000

Dekkingspercentage

15%

 

Toeristen- en watertoeristenbelasting 

Vanaf 2020 wordt een toeristen- en watertoeristenbelasting geheven. Hierin wordt een belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting of per etmaal binnen de gemeente.

De realisatie van de toeristen- en watertoeristenbelasting over 2024 in 2025 bedroeg € 61.000, wat in lijn ligt met de afgelopen jaren. 

In de begroting 2026 is een geprognosticeerde opbrengst opgenomen van € 71.000 over het jaar 2025. De daadwerkelijke opbrengst uit deze belasting zal medio 2026 bekend worden nadat de aangiftes zijn ontvangen en de aanslagen kunnen worden opgelegd.

 

Lokale lastendruk

Voor zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing worden gedeeltelijk gedifferentieerde tarieven gehanteerd. Door de gedifferentieerde tarieven zijn er meerdere varianten mogelijk om de lokale lastendruk te schetsen. Bij de indicatie hieronder wordt als voorbeeld een gezin van drie personen met een eigen woning (WOZ-waarde zie hieronder) genomen. Voor de afvalstoffenheffing wordt hierbij uitgegaan van een gemiddeld gewicht van 120 kg restafval per jaar per persoon. Een zak van 60 liter kan ongeveer 13,5 kg restafval bevatten. Daarmee komt het aantal aanbiedingen bij een 3-perssonshuishouden op ongeveer 27 zakken per jaar.

 

3-persoonshuishouden (eigenaar)

2023

2024

2025

Waarde woning

316.000

326.000

345.000

OZB eigendom 

318,53

336,11

352,94

Rioolheffing gebruik

61,56

63,60

67,20

Rioolheffing eigendom

166,56

171,60

181,40

Afvalstoffenheffing

282,12

306,00

295,50

Totaal woonlasten

828,77

877,31

897,04 

 

De geraamde inkomsten versus de werkelijke inkomsten

Soort belasting of heffing

Begroting na
wijziging 2025

% van totaal

Werkelijk 2025

% van totaal

Onroerende zaakbelasting gebruiker niet woning

1.879.000 12,56% 1.969.000 12,75%

Onroerende zaakbelasting eigenaar niet - woning

2.574.000 17,20% 2.588.000 16,76%

Onroerende zaakbelasting eigenaar woning

3.668.000 24,51% 3.722.000 24,11%

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 

2.415.000 16,14% 2.433.000 15,76%

Rioolheffing

2.746.000 18,35% 2.736.000 17,72%

Lijkbezorgingsrechten

50.000 0,33% 66.000 0,43%

Leges omgevingsvergunning (inclusief bouwleges)

1.000.000 6,68% 1.278.000 8,28%

Leges burgerlijke stand

58.000 0,39% 68.000 15,85%

Leges bevolkingsregister

401.000 2,68% 429.000 2,78%

Leges naturalisatie

15.000 0,10% 19.000 0,12%

(Water)toeristenbelasting 

61.000 0,41% 61.000 0,40%

Precariobelasting 

14.000 0,09% 15.000 0,10%

Subtotaal

14.881.000 99,43% 15.384.000 99,54%

Overige: o.a. havengelden, marktgelden, APV vergunningen

85.000 0,57% 71.000 0,46%

Totaal inkomsten uit belastingen, heffingen en rechten

14.966.000 100% 15.440.000 100%

 

Kwijtschelding

Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen, kunnen we onder bepaalde voorwaarden aan deze belastingplichtige kwijtschelding verlenen. Het kwijtscheldingspercentage dat we hanteren bedraagt 100%. Dit betekent dat alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding.

Kwijtschelding kan alleen worden verleend indien het een aanslag betreft voor afvalstoffenheffing en rioolheffing gebruiker. De overige heffingen zijn in de betreffende belastingverordeningen uitgesloten voor kwijtschelding.

De kwijtgescholden opbrengsten voor afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn als kostencomponent opgenomen in de tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. Voor 2025 worden de begrote bedragen niet aangepast. Het gaat om € 75.000 voor afvalstoffenheffing en € 15.000 voor rioolheffing. De realisatie van de kosten voor kwijtgescholden afvalstoffenheffing bedraagt echter € 73.000.